Mari van Assen: Vakman op grote hoogte

DNV (één van de certificerende instellingen bij SVWOH) ontving een bijzonder verzoek van zelfstandig Eerste Monteur Steigerbouw Mari van Assen. Mari’s verzoek was helder. ‘Nu ik mijn hele leven in de steigerbouw heb gewerkt vind ik het jammer dat ik een half jaar voor mijn pensionering nog kosten moet maken voor de verlenging van mijn certificering.’

Albert Zwiesereijn, Manager Persoonscertificatie bij DNV, zag de redelijkheid van Mari’s verzoek en vroeg in het College van Deskundigen (CvD) van SVWOH wat we voor een monteur met zo’n mooie staat van dienst kunnen betekenen. Het Collega was er snel over uit. We willen tenslotte vakmensen met veel kennis er ervaring lang duurzaam inzetbaar houden. Dus voor Mari moest er een oplossing komen.

De tijd die DNV en de secretaris SVWOH nodig hadden voor het uitwerken van de maatwerkoplossing, bood ons de gelegenheid met Mari te praten over zijn leven tussen de steigers.

Mari van Assen

Een leve lang in de steigerbouw, Petje af!
Ja, dank je! Ik heb vrijwel mijn hele loopbaan in de steigerbouw gewerkt. Op mijn negentiende gestart bij Mobuco Steigers in Vlaardingen. Onze opdrachtgevers waren voornamelijk de grote jongens in de olie- en gasindustrie, de chemie, de staalindustrie en infrastructuur. Maar ik heb eind vorige eeuw ook veel steigers gebouwd voor metselwerk. Voor MPR (Metselbedrijf Project Rotterdam) destijds. Mobuco is in 2006 overgegaan in R&M Spreeuwenberg dat nu onder Bilfinger Industrial Services valt.

Het feit dat ik zes keer bij Mobuco ben vertrokken en zeven keer ben teruggekomen, zegt ook wat over mij, lacht Mari. Als het me niet zinde, trok ik mijn eigen plan. Maar hé, als je elke keer mag teruggekomen, doe je kennelijk toch wat goed. In 1995 ben ik uiteindelijk voor mezelf begonnen. Ik heb me toen officieel laten inschrijven als eenmanszaak. Nu zou je zzp’er zeggen. Ik heb nooit personeel aangenomen, maar werkte wel vaak samen met andere zelfstandigen.

De charme van offshore
De klussen in de offshore vond ik altijd prachtig om te doen. Naar een platform op zee. Een week op en een week af. Hard werken. Drie warme maaltijden per dag. Mooie tijden. Mijn hart gaat echt uit naar het offshore-werk. Offshore leer je het vak pas echt: complex, uitdagend en volledig afhankelijk van je vakmanschap. Hangsteigers, helikopterplatforms, een uitbouw rond een flens. Mooi werk.

Waar ben je het meest trots op?
Waar ik net over sprak eigenlijk. Het monteren zoals ik dat vroeger leerde in de industrie. Het werken met de stalen buizen en snelkoppelingen waarmee je elke uitdaging moest oplossen. Dat was werk waar je echt voldoening uit haalde. Het werken met de systeemsteigers is lichter en sneller. Maar het is meer ‘stapelen’ geworden.

En ik ben trots op mijn vakmanschap. Zorgvuldig en nauwkeurig een veilige werkplek construeren. En dan hoorde je wel eens: ‘Joh, scheve steigers worden ook betaald.’ Maar dat is altijd mijn eer te na geweest.

Hoe is het vak veranderd sinds je begon?
Nou eerlijk, ik vond het vroeger, toen we in loondienst werkten, leuker. Dat is ook de tijd die verandert hoor, dat weet ik wel. Vroeger had je meer voor elkaar over. De andere monteurs waren je maten. Tijdens de schaft legden we een kaartje. Het is nu individueler, veel solistischer. Je hebt geen vaste collega’s. Met de al die nationaliteiten op de bouwplaats is het lastiger praten. In de pauze zit nu iedereen op z’n mobieltje te kijken.

Over opleiding en certificering
Ik heb enorm veel in de praktijk geleerd. En heb destijds mijn Steigerbouwer A en  Steigerbouwer B opleiding gedaan. Met de Richtlijn Steigers is daar het certificatiesyteem voor in de plaats gekomen. Ik vind het jammer dat het voor de monteurs daardoor kostbaarder is geworden, omdat je iedere vijf jaar weer examen moet doen.

Welke veiligheidsmaatregel vind jij het belangrijkst?
Dan zeg ik in eerste instantie je kop erbij houden, weten waar je mee bezig bent. Vroeger hadden we geen veiligheidsharnassen en haakten we geen vanglijn aan. Het valrisico was veel groter. Hoewel de maatregelen goed zijn, voelt het soms als een schijnveiligheid. Een val is immers altijd ernstig, ook met vanglijn.

Wat is je geheim van jouw goede conditie, het is toch een zwaar beroep?
Ik denk dat dat toch mijn sterke genen zijn. Ik heb vooral geluk met een gezond lijf en met gewrichten die me nooit in de steek lieten. En ik ben zeker niet de langste. Ik geloof dat m’n korte rug toch minder kwetsbaar is en minder te verduren krijgt.

Nu doe ik het richting mijn pensionering wel een stuk rustiger aan. Ik werk nu vooral voor de utiliteitsbouw. Zoals je op de foto ziet. De hele grote projecten liggen achter me.

Mari van Assen bouw

Onvergetelijke momenten
In 1980 werkten we op een petrochemische plant van Mobile in Amsterdam. Daar liep ik met een collega (die later mijn zwager werd) toen wij zagen dat de brandweer bezig was de boel nat te houden. Eerst ben je nieuwsgierig maar toen wij doorhadden dat het uit de hand ging lopen hebben we het op een lopen moeten zetten. Steeds harder renden we. Bij de poort van de plant aangekomen keek onze voorman op en riep “Hé, waar gaan wij naartoe? We hebben nog een steiger te bouwen!”. “Nou, wij bouwen helemaal niets meer vandaag!” riepen wij gezamenlijk terug. Toen we met de auto wegscheurden en achterom keken zagen we de vlammen en de rook hoog in de lucht schieten. We waren blij dat we het er heelhuids van afbrachten. Op verjaardagen hebben we het er nog wel eens over.

Nieuws