Steigerbouw gaat over veiligheid

Hans Crombeen

Hans Crombeen


“De steigerbouwopleiding gaat over vakmanschap, uiteraard. Maar eigenlijk gaat dit hele vak over veiligheid. Hoe bouw ik een veilige steiger voor de mensen die erop werken? Hoe monteer ik de steiger op een veilige manier? Als je een draagkrachtberekening maakt doe je dat voor de veiligheid. Alles is dus gericht op veiligheid. Daarom is het ook zo belangrijk dat steigermonteurs die opleiding volgen.” Aan het woord is Hans Crombeen, bestuursvoorzitter van de Stichting veilig werken op hoogte (SVWOH).

Vakbondsman

Hans Crombeen werkt inmiddels 28 jaar bij de FNV. Hij startte in 1994 als vakbondsconsulent, werd vijf jaar later regiobestuurder en in 2008 sectorbestuurder. Als je vooral werkt in de regio Rotterdam kom je snel in contact met bouw en industrie. Daar maakte Hans kennis met de steigerbouwbedrijven die in deze regio dicht bij hun opdrachtgevers zijn gevestigd.

Hans sprak met veel werkgevers en werknemers in de steigerbouwsector. Zijn interesse en kennis groeide. Vanuit de FNV kwam al gauw het verzoek de steigerbouwers landelijk te begeleiden. “Nu, twintig jaar later, heb ik ze nog steeds niet losgelaten. Een prettige groep mensen om voor te werken”, vindt Hans. “Dit is een sector waarbij je nog echt vakbondswerk aan de basis kunt doen. Geen hoogtevrees hebben, een gezonde werklust én tegen een geintje kunnen. Dat waren vroeger de eisen voor een steigermonteur. Twintig jaar geleden was de eerste zorg nog het uitbetalen van loon. Inmiddels is het een professionele sector waar certificaten aan de werkzaamheden zijn verbonden en waar opdrachtgevers zich conformeren aan het veiligheidsbeleid.”

Hans is ook onderhandelaar voor de cao Bouw & Infra. Hij is betrokken bij alle collectieve afspraken rondom veiligheid en gezondheid in de bouwnijverheid. Ook zijn werk voor de arbocatalogus Bouw & Infra is hier een voorbeeld van. Sinds de oprichting van de SVWOH in 2016 is Hans voorzitter van de stichting. Tot slot volgt Hans de ontwikkelingen van Europees beleid voor de steigerbouwsector op de voet.

Is er belangstelling genoeg, vind je, voor het werk van de steigerbouwer? “Een steiger staat in de weg en kost te veel”, lacht Hans. “Je monteert een steiger waar honderden mensen op moeten werken. Zodra het gebouw is opgeleverd, verdwijnt de steiger. Er is niemand meer die zich realiseert dat het zo fijn werken was op die mooie en veilige steiger. Da’s jammer en da’s logisch, maar het gaat nooit méér worden dan dat.

SVWOH Examenplatform (SEP)
Afgelopen september is het nieuwe SVWOH Examenplatform (SEP) in gebruik genomen. Blij met het bereiken van deze mijlpaal? “We kiezen bij de realisatie van SEP voor een zorgvuldig tempo”, legt Hans uit. “De zorgen die onze partners in het begin hadden, nemen we weg door te laten zien dat het nieuwe platform goed werkt. We zijn blij met alle kritische feedback die we ontvingen tot nu toe.

De grote uitdaging blijft zitten in de dertien vertalingen die we aanbieden. Dat maakt het extra lastig. We werken met gecertificeerde vertaalbureaus. Maar steigerbouw is een specifieke tak van sport met zijn eigen taal. Bekend is het voorbeeld van de kantplank. De kantplank monteren we in Nederland en België op de steiger om te voorkomen dat je gereedschap van de steiger schopt. Maar in veel delen van Europa gebruiken ze geen kantplant. En er is dus ook geen naam voor. Als je als vertaler dan kiest voor een letterlijke vertaling, sla je al snel de plank mis. Je mag dit ook niet van een vertaler verwachten. Daarom is het zo belangrijk dat partners en bedrijven ons helpen. Signalen dat een examen niet klopt willen we heel graag horen. We overleggen dan welke term we moeten gebruiken. Graag roep ik de bedrijfstak dan ook op ons te helpen met het verbeteren van bijvoorbeeld de vertalingen. Maar alle gedeelde kennis is waardevol!

We gaan alle examens overbrengen naar SEP. Dan kunnen we daarna verder met één systeem. En nu alle inhoud door onze handen gaat, voeren we direct verbeteringen door. Veel werk gaat er zitten in het passend maken van onze vragen. We gebruiken bijvoorbeeld veel tekeningen. En we stellen graag open vragen om de kennis van de examenkandidaat beter af te toetsen. Meerkeuzevragen zijn eenvoudiger in te richten. We zitten nu in de fase van het finetunen.

Fijn dat we nu een goed platform hebben. Dat kunnen we goed gebruiken: we hebben dit jaar alweer meer dan 5.000 certificaten verstrekt en geregistreerd. Daar zitten weliswaar 3.200 registraties voor aspirant hulpmonteur bij. Maar we zien toch weer 518 geregistreerde certificaten voor monteur en 524 voor eerste monteur. En ik ben heel blij met deze groeiende aandacht voor onze certificering.”

Kosten herexamens
In het bestuur van SVOWH is zorgvuldig gekeken naar de prijsstelling van de examens. Er is één aanpassing die we moeten doorvoeren. Per afgenomen (her)examen in SEP maakt SVWOH kosten. De herexamens waren tot nu toe gratis. In 2023 gaan we daar € 35,- voor vragen. Alle andere tarieven blijven gelukkig hetzelfde. Met het oog op de huidige inflatie zijn we blij dat we het bij deze ene aanpassing kunnen houden.

Europese Certificering
Recent is er Europese subsidie beschikbaar gesteld om de komende twee jaar te onderzoeken wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen de diverse Europese steigerbouwcertificeringen. Op basis van de uitkomst gaat de internationale werkgroep uiteindelijk adviseren of er een mogelijkheid is voor één Europees systeem waar iedereen zich aan kan conformeren. Crombeen is ook lid van het Europees bestuur van de bouw- en houtbonden. Naast de bonden doen de Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven (VSB) en andere Europese werkgeversverenigingen mee aan het onderzoek.

“Ik ben daar heel benieuwd naar! Als voorbeeld kregen we laatst de vraag of we de Griekse certificering gelijk kunnen trekken met de Nederlandse. Daarmee zouden Griekse steigermonteurs in Nederland ingezet kunnen worden. Maar die kennis hebben we dus niet. Mócht een Europese certificering mogelijk zijn, dan biedt dat voor zowel werkgevers als werknemers veel kansen. Een vrijstelling op bepaalde onderdelen zou ook al mooi zijn.”

Steigermonteurs werken vaak in meerdere landen. Ze moeten voor ieder land de juiste certificering hebben. “Helaas zie ik vaak dat de kosten van opleiding en examens voor rekening komen van de monteurs”, schetst Hans. “Als je als Duitse werknemer in Nederland wordt geplaatst en je moet je in Nederland wéér laten certificeren dan laat je mensen meerdere keren betalen voor iets wat in de basis hetzelfde is. Dat is onwenselijk. En het maakt deze werknemers veel minder flexibel. En aan de andere kant: er zijn ook landen waar steigermonteur een vrij beroep is. Er is geen enkele verplichting waar je aan hoeft te voldoen. En je wilt natuurlijk in heel Europa dit optrekken naar een veilig niveau.

Wat ook spannend is: de VSB en Bouwend Nederland zijn in gesprek over de herziening Richtlijn Steigers. De verwachting in de sector is dat de functie aspirant hulpmonteur dan vervalt. Binnen de stichting vinden we deze ontwikkeling gunstig: de aspirant hulpmonteur was een tijdelijke oplossing.

Je moet weten dat de aspirant hulpmonteur alleen materiaal mag aanvoeren. Dat kunnen ze met hun kennis van de voorschriften ook veilig doen. Maar in de praktijk is het verleidelijk om ook mee te bouwen aan de steiger zelf. Dus dan staat er al snel een aspirant hulpmonteur zonder werkervaring met een hamer in zijn handen. En dat wil je niet. We gaan energie steken in de hulpmonteur. De opleiding hulpmonteur is een korte opleiding. Maar wel eentje waarbij de kandidaat een opleiding/instructie volgt en tijdens een examen laat zien dat hij de theorie én praktijk beheerst.”

Herziene Richtlijn Steigers
Je noemde net de herziening Richtlijn Steigers. De update van de Richtlijn Steigers is op 22 november door de VSB en Bouwend Nederland toegelicht aan de stakeholders in het College van Deskundigen (CvD) SVWOH. “Als stichting is onze rol beperkt bij het opstellen van de Richtlijn Steigers. We worden natuurlijk om advies gevraagd en we voeren de richtlijn uit. Maar VSB en Bouwend Nederland nemen de besluiten.” onderstreept Crombeen.
Denk je dat herziene richtlijn meer duidelijkheid geeft over de status van de aspirant hulpmonteur? “Dat hoop ik wel! Daarna is het van belang dat we de hulpmonteur goed positioneren. Dat we de bedrijven weten te bewegen hun werknemers naar de opleiding te sturen. Daar moeten we komend jaar energie in steken.”

Continu leren
In eerdere interviews kwam de vijfjaarlijkse verlenging van de certificaten aan de orde. Heb jij ook de wens om over te gaan naar een continu-leren-systeem? “Ja, ik ben ervan overtuigd dat dit de juiste weg is. Want Ik wil niet dat steigerbouwers zich iedere vijf jaar zorgen moeten maken of zij de volgende morgen nog wel mogen werken. Dat levert zoveel stress op bij steigerbouwers, daar wil ik vanaf! Wat ik graag wil, en wat we in de stichting ook bespreken met elkaar, is het systeem van Continu leren met verplichte terugkomdagen. Waarmee je punten haalt voor automatische verlenging van je certificaat. Je moet je niet iedere vijf jaar zorgen maken of je morgen nog mag werken omdat je pasje vervalt. Veel belangrijker is dat je bijblijft in je vak. Niet alleen door het werk zelf te doen maar ook door bij- en nascholing. De stichting gaat hier aan bijdragen door dit te helpen organiseren.”

Nieuwe Werkkamers
“Er is een nieuwe ontwikkeling binnen de stichting, dat is leuk om te vermelden”, vertelt Hans enthousiast. “De stichting heet tenslotte niet voor niets ‘Veilig werken op hoogte’ en niet ‘Veilig werken met steigers’. We zijn in 2017 gestart met Werkkamer 1 voor de steigerbouw. Dat was met het voornemen dat we later meer werkkamers zouden inrichten voor andere arbeidsmiddelen voor het veilig werken op hoogte. We hebben nu als sector subsidie uit het MDIEU-fonds ontvangen om ook andere arbeidsmiddelen onder de stichting te brengen en te gaan certificeren. We richten in 2023 de tweede Werkkamer in voor het installeren en het onderhoud van hangbruginstallaties. En voor een derde Werkkamer denken we aan de rolsteigers, dan komen we dus met schildersbedrijven aan tafel te zitten. Kortom, veel leuke ontwikkelingen om naar uit te kijken komend jaar.”

Gerelateerde nieuwsberichten
Nieuws
Menu